Mijn liefde voor honden begon al in mijn jeugd. Zolang ik me kan herinneren, hadden we thuis honden. Meestal was dat een stabij en steevast luisterde hij naar de naam Bijke.

Dat was ook wel nodig, want er liepen nogal eens verschillende Bijkes rond. Mijn vader fokte af en toe een nestje en handelde ook in honden. Daardoor leerde ik al jong dat je je beter niet té veel kon hechten. Voor je het wist was Bijke verkocht en liep er een andere Bijke in de tuin. Dat hoorde er gewoon bij.

Na de stabijs kwamen de langharige teckels. En daar liep Freddy tussen.

Officieel was Freddy de dekreu, maar voor mij was hij veel meer dan dat. Hij had een prachtige walnootrode, lange vacht en een karakter waar je alleen maar blij van kon worden. Ontzettend lief, rustig en opvallend gehoorzaam. Dat laatste is best bijzonder voor een teckel. Als ik Freddy uitliet, had ik hem eigenlijk nooit aan de lijn. Hij liep gewoon met me mee. Niet omdat het moest, maar omdat hij dat zelf wilde.

Achteraf denk ik dat Freddy veel meer invloed op mij heeft gehad dan ik toen besefte.

Na de teckels kwamen de Golden Retrievers. Van die periode herinner ik me vooral Donna, een eigenzinnige dame die zich weinig aantrok van wat anderen vonden. En Chico.

Chico werd uiteindelijk mijn hond en ging met me mee toen ik op mezelf ging wonen. Later heeft hij ook nog bij Cynthia en mij gewoond. Hij was een prachtige Golden Retriever-reu. Niet goudblond zoals de meeste Goldens, maar bijna wit en bovendien groter dan gemiddeld. Een indrukwekkende verschijning, totdat hij ergens van schrok. Want Chico was werkelijk overal bang voor. Hij durfde nog niet eens langs een geparkeerde auto te lopen. Achter dat imposante uiterlijk zat de zachtste hond die je je maar kunt voorstellen. Ontzettend lief, trouw en altijd op zoek naar een beetje zekerheid.

Toen Cynthia en ik later samen waren, wist ik eigenlijk al wat voor hond ik ooit wilde. Een Ierse Setter. Niet alleen vanwege zijn uiterlijk, maar vooral omdat ik hoopte in zo'n hond weer iets van Freddy terug te vinden.

En die Setter kwam er.

Hij heette Sheriff.

Als ik Sheriff in één zin zou moeten omschrijven, zou ik zeggen: hij was eigenlijk een reuze Freddy. Dezelfde zachtaardige blik, dezelfde vriendelijkheid en hetzelfde plezier om samen op pad te zijn. Alleen groter, eleganter en met die prachtige roodbruine Settervacht.

Hoe bijzonder is het dat ik in Cynthia misschien wel een nóg grotere hondenliefhebber heb gevonden dan ikzelf. Zij ziet in een hond niet alleen een kameraad, maar ook een brug naar mensen.

Dat bleek misschien wel het mooiste met Sheriff en Donna. Terwijl zij voor ons gewoon geliefde gezinsleden waren, zette Cynthia hen ook in als therapiehonden tijdens de begeleiding van kinderen in haar praktijk als kindercoach.

Dat ging bijna vanzelf. Ze hoefden niets te doen. Ze waren er gewoon. Soms kwam een kind voorzichtig naast hen zitten, soms legde een hondenkop zich op een schoot of liepen ze rustig mee. Waar woorden moeilijk waren, zorgde hun aanwezigheid voor rust, veiligheid en vertrouwen.

Dat typeerde hen. Sheriff en Donna hadden geen kunstjes nodig om bijzonder te zijn. Ze deden wat de beste honden doen: zonder oordeel naast iemand gaan zitten.

Als ik nu terugkijk op al die honden, zie ik dat ze allemaal iets hebben achtergelaten. Chico leerde me dat moed en angst prima samen kunnen bestaan. Freddy liet zien dat vertrouwen sterker is dan een riem. En Sheriff bewees dat sommige dromen jarenlang stil kunnen wachten, om uiteindelijk toch werkelijkheid te worden.

Misschien is dat wel waarom ik nog steeds zo van honden houd. Niet omdat het honden zijn, maar omdat iedere hond een eigen verhaal vertelt. En als je goed kijkt, neem je van elke hond ongemerkt een klein stukje mee voor de rest van je leven.